Een gebied vertelt vaak zelf al wat er nodig is.
Wanneer we een locatie bezoeken, beginnen we niet direct met ontwerpen. We kijken eerst. Hoe lopen mensen door een gebied? Welke routes ontstaan vanzelf? Waar blijven mensen hangen? Welke plekken voelen logisch aan en welke juist niet?
Vaak zie je buiten al snel waar iets schuurt. Mensen snijden af door het groen. Een route wordt anders gebruikt dan bedacht. Een verblijfsplek blijft leeg, terwijl een andere plek juist druk gebruikt wordt. Juist dit soort dingen bepalen later hoe een gebied functioneert. En uiteindelijk zie je dat terug in beheer.
Daarnaast kijken we naar de structuur van een gebied. Hoe sluit een plek aan op de omgeving? Welke lijnen zijn al aanwezig? Waar ontbreekt samenhang?
Voor Geerten speelt daarin nog iets anders mee. De sfeer van een plek. Waarom voelt een gebied prettig aan? Waarom werkt de ene plek vanzelfsprekend en voelt een andere plek onrustig?
Vaak gaat het om de manier waarop een gebied als geheel aanvoelt.
In de praktijk merken we regelmatig dat deze fase te snel wordt doorlopen. Dan ontstaat een ontwerp dat op papier logisch oogt, terwijl het buiten anders gebruikt wordt.
En juist dat zie je later terug. In looproutes. In onderhoud. In plekken die niet gebruikt worden zoals bedoeld. Daarom nemen we bewust de tijd om eerst te begrijpen hoe een gebied werkt. Goed kijken aan de voorkant scheelt later veel correcties in beheer.